BishopAccountability.org
Het Was Een Ontlading

By Lieven Sioen
De Standaard
September 19, 2010

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=J72VI649&subsection=3

Sint-Sebastiaan van Guido Reni, 1615, Palazzo Rosso, Genua

In haar eindrapport pleit de commissie-Adriaenssens voor meer aandacht voor de daders van seksueel misbruik binnen de Kerk. Want hoe verwerpelijk hun gedrag ook is, het heeft een verklaring, zegt commissielid Karlijn Demasure, die tientallen pedofiele priesters ondervroeg. 'Het zijn bijna stuk voor stuk tragische verhalen.'

'Pedofilie is een ziekte die de vrije wil uitschakelt', zei Paus Benedictus donderdag over het seksueel misbruik binnen de Kerk. Was het maar zo simpel, zuchten hulpverleners, want dan volstond het om alle plegers van seksueel misbruik uit de samenleving, of de Kerk, te verwijderen. De werkelijkheid is een stuk complexer, zegt ook Karlijn Demasure, die lid was van de commissie-Adriaenssens en al meer dan tien jaar onderzoek doet naar seksueel misbruik door geestelijken. Ze sprak met vele daders. 'Hun daden zijn verwerpelijk, maar als je hun verhaal hoort, kun je ondanks de afkeuring begrijpen hoe ze tot het misbruik zijn gekomen. Het zijn bijna stuk voor stuk tragische verhalen.'

Vandaar dat de commissie-Adriaenssens in haar eindrapport adviseert om ook aandacht aan de daders te besteden. In haar aanbevelingen pleit ze voor meer deskundig onderzoek en de behandeling van plegers binnen de Kerk. Of die therapie binnen de Kerk, of in een van de bestaande centra voor de behandeling van seksueel delinquenten moet gebeuren, zal nog voer zijn voor discussie. Maar alle experts zijn het eens: na het lezen van de vreselijke verhalen van de slachtoffers, moet men ook de vraag stellen hoe het komt dat religieuzen tot zulke daden overgaan.

Kernpedofielen

'Ik was alleen met de jongen. Ik had hem al eerder geknuffeld, en lieve dingen tegen hem gezegd. En de genegenheid was wederzijds. Toen flitste de gedachte door mijn hoofd om al zijn kleren uit te doen. Ik was in tweestrijd. Ik had die jongen graag. Ik respecteerde hem en zijn familie. Hoe zou hij zich hierna voelen? Aan de andere kant had ik zin in seks met hem, en dit was een kans. God wist wanneer ik nog eens zo'n kans zou krijgen. Uiteindelijk heb ik de jongen laten gaan, maar niet veel later heb ik hem opnieuw naar mijn kamer doen komen. Ik heb zijn broek uitgedaan, zijn penis vastgenomen en gemasturbeerd.' (Priester Oliver O'Grady, in Deliver us from Evil, 2006)

Wat drijft een priester tot seksueel misbruik van kinderen? De schokkende documentaire Deliver us from evil geeft een stuk van het antwoord. In deze reportage uit 2006 over misbruik binnen de Amerikaanse kerk vertelt priester Oliver O'Grady schaamteloos en zonder schuldbesef hoe hij in de jaren zeventig en tachtig jongens én meisjes verkrachtte in de parochies waar hij actief was. Telkens weer won hij het vertrouwen van hun ouders, en telkens als het misbruik aan het licht kwam, verkreeg hij een overplaatsing naar een andere parochie. O'Grady kon jaren zijn gang gaan, tot de politie een onderzoek begon en hij veroordeeld werd tot veertien jaar gevangenis. De documentairemaker Amy Berg zocht O'Grady op in Ierland, waar hij als vrij man leeft. Zonder gêne, en met spelende kinderen op de achtergrond, vertelt de gevallen priester hoe hij zich aangetrokken voelt door kleine kinderen, opgewonden wordt van kinderen in ondergoed en geilt op naakte kinderen.

Mensen als O'Grady zijn hardcore pedofielen - in de geijkte terminologie kernpedofielen of gefixeerde pedofielen. Ze raken seksueel opgewonden door kleine kinderen. Pedofilie is bij hen een geaardheid of, als Paus Benedictus het zo wil noemen, een ziekte. De meeste kernpedofielen zijn gevaarlijk en behandeling maakt weinig kans op succes. 'Genezen kun je hen niet', zegt forensisch psychiater Chris Dillen van de VUB. 'Tenzij met chirurgische castratie, maar dat is verboden. Men kan wel hun drift verminderen met medicatie. Soms komt een kernpedofiel na therapie tot volledige controle van zijn gedrag. Maar er zijn er ook die tijdens hun behandeling net leren om hun gedrag beter te verstoppen, en nog anderen zitten liever gewoon hun straf uit, om daarna weer in de maatschappij te verdwijnen.'

Volgens Karlijn Demasure, theologe aan de Saint Paul University van Ottawa, in Canada, was de wetenschap er lang van overtuigd dat alle religieuze daders kernpedofielen waren. 'Maar grootschalig onderzoek naar misbruik door religieuzen in de VS wees uit dat het aandeel kernpedofielen onder religieuzen waarschijnlijk zo'n 15% bedraagt. De gesprekken van de Commissie met vele daders bevestigen die indruk. De meeste religieuzen zijn door omstandigheden tot pedoseksueel misbruik gedreven.'

Psychiater Chris Dillen zag in zijn loopbaan een tiental religieuzen die minderjarige misbruikten. Twee daarvan waren echte kernpedofielen, schat hij. 'De rest noemt men situationele pedofielen. Ik noem ze ook wel eens de 5 à 10%-pedofielen. Die mensen voelen een lichte seksuele aantrekking tot jongens of meisjes, maar ze kunnen die neiging onderdrukken. Zo zijn er veel meer onder de bevolking dan men doorgaans aanneemt. Maar als die 5 à 10%-pedofielen in een moeilijke fase in hun leven komen, kunnen ze ontsporen.'

Over de grens

'Ik was geliefd in de parochie. Ik deed mijn werk graag. Ik ging normaal met de jongeren om, zonder dat ik me tot hen aangetrokken voelde. En toch heb ik jaren lang een minderjarige misbruikt.' (daderin gesprek met de redactie)

'Het was geen affectie die ik zocht, noch seksuele opwinding. Het was een ontlading.' (daderin gesprek met de redactie)

Wat doet pastoors ontsporen? 'Min of meer dezelfde mechanismen die we bij de andere daders zien', zegt forensisch psycholoog Jef Bogaerts van CGG Vagga in Antwerpen, dat seksueel delinquenten ambulant begeleidt. Bogaerts hoedt zich ervoor om van religieuzen een aparte categorie te maken. 'Dat doen we ook niet voor scoutleiders, leraars of huisvaders. Ook onder hen bevinden zich veel daders die niet expliciet op zoek gaan naar kinderen, maar zich op een bepaald moment toch vergrijpen aan minderjarigen. Vaak gebeurt dat op een crisismoment in hun leven. Ze hebben hun werk verloren. Ze zijn gescheiden. Depressief. Combineer dat met een latente neiging naar jongeren, een gebrekkige zelfcontrole, of een groot narcisme, en ze gaan over de grens.'

De term 'ontlading' verbaast Bogaerts niet. 'Die daders ontdoen zich van opgestapelde frustraties. Therapie bestaat er dan in om ze tot een normale seksualiteit terug te brengen, door hun zelfcontrole te versterken, maar ook door ervoor te zorgen dat de pleger zich in zijn sociaal en professioneel leven weer beter in zijn vel voelt. Zodat ze geen reden meer hebben om zich te ontladen.'

Net omdat kernpedofielen een minderheid uitmaken onder de plegers van seksueel misbruik, volstaat het niet de rotte appels te verwijderen, zoals het Vaticaan voorstelt. 'Dat is de strategie die men al in de Amerikaanse seminaries toepast', vertelt Karlijn Demasure. 'In de VS zijn 81% van de slachtoffers jongens. Daardoor linkt de Kerk pedofilie met homoseksualiteit, een verband dat wetenschappelijk nooit bewezen is. Maar de kerkelijke hiërarchie gaat ervan uit dat homoseksualiteit een groot risico inhoudt op wat men efebofilie noemt, het zich aangetrokken voelen door adolescenten. Daarom screent men nu alle kandidaat-seminaristen op hun homoseksuele geaardheid. Want, zo is de redenering, als je alle homo's uitsluit van het priesterambt, verdwijnt de pedofilie. Dat is natuurlijk heel kort door de bocht. Wetend dat de meerderheid van de daders "situationele pedofielen, zijn, moet de Kerk op de eerste plaats aan de omstandigheden werken die hen tot pedoseksueel gedrag aanzetten. Het werk in de commissie bevestigt mijn overtuiging dat de belangrijkste oorzaak van het seksueel misbruik door religieuzen het celibaat en de structuur van de kerk zijn.'

Celibaat

'Weet u wat dat betekent, als je afstand moet doen van je seksualiteit? Ik blijf erbij dat het niet gezond is om geen seks te hebben. Het verdringen van je seksueel leven is moeilijk. Zeker in mijn geval heeft dat ertoe geleid dat ik een zware fout begaan.' (Pastoor Luc Pirong, Het Nieuwsblad, 15 september)

'Er heerste een abnormale, negatieve, ongezonde afwijzing van alles wat met lichamelijkheid te maken had, met als kern seksualiteit. Maar als je alle kanalen afsluit, krijg je deze explosies.' (Pater S. op Netwerk TV, 19 maart 2010)

Ik heb mijn mening over het celibaat herzien, geeft Karlijn Demasure grootmoedig toe. 'Na de vele dadergesprekken binnen de Commissie ben ik ervan overtuigd geraakt dat de verplichte seksuele onthouding een grotere rol speelt dan ik na mijn doctoraatstudie had besloten.'

In 2001 doctoreerde de Vlaamse theologe op misbruik binnen de kerk. De conclusie van haar onderzoek luidde dat misbruik niet meer voorkomt bij celibatairen dan bij gehuwden.

'Seksuele verlangens hoeven niet verdrongen te worden', zegt Demasure. 'Ze kunnen ook gesublimeerd worden. Er zijn veel mensen, ook niet-religieuzen, die een perfect evenwichtig leven leiden zonder seksuele betrekkingen. Ik kon me toen niet voorstellen dat frustraties wegens het celibaat een priester naar jongeren doen grijpen. Een geheime relatie, of bezoek aan prostitués, dat wel, maar jongeren of zelfs kinderen? Nu ben ik ervan overtuigd dat het wel invloed heeft. Heel veel religieuzen hebben dat ook bij de commissie verklaard. Het celibaat deed hen ontsporen. Sommige collega's in de commissie noemen dat een drogreden. Ik denk het niet. Zoals iedereen kent ook een priester hoogtes en laagtes in zijn seksuele gevoelens. Combineer die frustratie met grote eenzaamheid. Daar komt dan drankgebruik bij, en het eindigt bij seks met jongeren.'

Slachtoffer wordt dader

'Ik weet dat veel priesters officieus een partner hebben. Ik ben er vrij zeker van dat als ik ook een relatie had, dit misbruik vermeden had kunnen worden.' (daderin gesprek met de redactie)

Is dat zo? En waarom zocht de betrokken priester dan zelf geen toevlucht tot een verborgen relatie met een volwassene? 'Omdat volwassenen veel moeilijker te benaderen zijn dan kinderen', zegt Karlijn Demasure. 'Het meeste misbruik dat we met de commissie-Adriaenssens hebben onderzocht, dateert uit de jaren zestig tot tachtig. Die pastoors kregen amper de kans om een relatie met een volwassene aan te knopen. Ze woonden op colleges of in groep. En als ze op een pastorie woonden, zag de kerkelijke overheid erop toe dat hun huishoudster een oude vrouw of een familielid was.'

Maar niet alle hulpverleners zijn ervan overtuigd dat een weliswaar geheime, maar volwassen seksuele relatie kindermisbruik voorkomt. 'Wij zien regelmatig mannen die een normaal seksueel leven hebben en zich toch aan kinderen vergrijpen', zegt psycholoog Kris Vanhoeck van het centrum voor Daderhulp ITER, in Brussel. 'We hebben ook priesters behandeld die zowel volwassen relaties hadden als minderjarigen misbruikten, jongens en meisjes. In de knoop liggen met het celibaat is een zaak, pedoseksueel misbruik nog iets heel anders. Waarom kinderen?'

De wetenschap is er nog niet uit, zegt Chris Dillen. 'Een groot aantal van de daders is zelf slachtoffer geweest. Maar slechts een kleine minderheid van de slachtoffers wordt dader. Heeft het met een verstoorde hormonale ontwikkeling te maken? Onderzoekers hebben zwangere muizen met hormonen bewerkt, waarna hun jongen zeer bizar seksueel gedrag vertoonden.'

Veel daders hebben een verwrongen of verlate psychoseksuele ontwikkeling doorgemaakt. 'Zo'n jongeman kiest dan voor het priesterschap, in de overtuiging dat hij zijn seksualiteit kan opzijzetten. Tot de hormonen plots met vertraging in volle kracht de kop op steken.'

'We merken bij de meeste daders ook een kick op het taboe, de spanning van het criminele gedrag en het machtsgevoel', zegt Kris Vanhoeck. Machtsgevoel dat zeker in de kerk heel sterk is. 'De priester is de bemiddelaar tussen God en de mensen', aldus Karlijn Demasure. 'Zeker vroeger genoot hij alle vertrouwen en zijn celibaat maakte hem seksueel onschuldig. Ouders vertrouwden hen met gerust hart de zorg over hun kinderen toe. Maar de combinatie van vertrouwen en macht in een persoon is zeer gevaarlijk.'

Zonde en schuld

'Natuurlijk wist ik dat wat ik deed, fout was. Zeker voor een priester. Na elk misbruik ging ik gebukt onder schuldgevoelens. Nam ik me voor dat het de laatste keer was. En toch deed ik het opnieuw, jaren aan een stuk.' (daderin gesprek met de redactie)

Het schuldgevoel verbaast Chris Dillen niet. 'De drift is sterker dan de rede, of het schuldbesef. Zelfs kernpedofielen beseffen vaak dat wat ze doen, niet kan. Alleen sociopaten zoals Dutroux, of zwakbegaafden, missen elk schuldbesef.'

Dezelfde ervaring had Karlijn Demasure tijdens gesprekken van de commissie-Adriaenssens met de daders. 'Alle daders, op een na, gaven hun misbruik toe en meldden zelfs meer slachtoffers dan er zich spontaan hadden aangemeld bij de Commissie. Die ene uitzondering bleef erbij dat hij niets fout had gedaan en dat de verhouding wederzijds was. Maar de anderen ervaarden hun getuigenis als een verlossing. Het geheim woog al jaren op hen, en ze waren bang dat het vroeg of laat toch aan het licht zou komen.'

Waarom ze dan nooit eerder spontaan aangifte deden? 'Omdat ze, voor het schandaal losbarstte, echt dachten dat hun geheim nooit zou uitkomen.'

Vraag is ook waarom pedoseksuelen ondanks hun schuldbesef toch keer op keer in de zonde hervallen. De vergelijking met een verslaving gaat niet helemaal op, maar er zijn toch wel enkele linken, zegt Jef Bogaerts. 'Waarom hervallen rokers? Omdat de frustratie die ze naar de sigaret doet grijpen, blijft bestaan. En omdat het lichamelijk effect er wel is. Seksuele bevrediging is heel intens.'

Bovendien gebeurt het meeste misbruik niet plots, en in alle heftigheid. 'Het is een proces van stap voor stap', zegt Kris Vanhoeck. 'Een proces bovendien, dat de daders ervaren als een spannende ontdekkingstocht. Overdag leiden ze een normaal leven, 's avonds gaan ze achter de computer naar porno zitten kijken. Dat verschuift naar kinderporno, de webcam gaat op, ze masturberen voor de computer en het eindigt met fysiek misbruik. Ze zitten in een trechter waar ze zonder hulp van buitenaf niet meer uitraken.'

'Daarbij treedt een fenomeen op dat we cognitieve distorsie noemen', vertelt Chris Dillen. 'Daders gaan voor zichzelf allerlei kromme redeneringen uitwerken om hun geweten te omzeilen. Vaak beweren ze dat de jongere zelf toenadering heeft gezocht. Of dat het misbruik een vorm van seksuele opvoeding is. Dat ze het beter van een volwassenen leren, of dat er - à la Clinton - toch geen sprake was van seks, omdat er geen penetratie was geweest.'

Bij religieuzen hult die distorsie zich soms in een theologisch kleed, stelde Karlijn Demasure vast. 'Ze maken zichzelf wijs dat de biecht hun zonden uitwist. Of ze overtuigen zich ervan dat God hun zonde wel zal vergeven, want heeft Hij hen niet ondanks hun zwakheden tot het priesterambt geroepen?'

Nog zo'n merkwaardige distorsie. 'Binnen het katholicisme is de wijding tot priester een ontologische verandering', zegt Demasure. 'Een verandering in het wezen van het zijn, die de priester moet toelaten tot een nieuwe levensstaat in de Kerk. Ik heb daders gesproken die hoopten door hun wijding verlost te worden van hun pedofiele geaardheid. Ook veel homoseksuele priesters dachten dat trouwens. Het feit dat dit toch niet gebeurde, interpreteerden ze als vergevingsbereidheid van God.'

Aparte behandeling?

'Het is binnen veel koppels al zo moeilijk praten over seksualiteit. Onder priesters is seksualiteit al helemaal taboe. Dus blijf je ermee zitten, tot je betrapt wordt.' (daderin gesprek met de redactie)

'Ik weet niet wat me zover gedreven heeft. Een uitgestelde pubertijd en seksuele ontwikkeling? De rol van de vaderfiguur? Therapie moet helpen dit uit te klaren.' (daderin gesprek met de redactie)

Zo'n zeventig procent van de seksueel delinquenten in de Vlaamse behandelingscentra zijn door het gerecht doorverwezen. Een minderheid zoekt op eigen houtje hulp, na bekentenissen aan de partner, een dokter of een andere vertrouwensfiguur. Religieuzen hebben die vertrouwensfiguur vaak niet. Schuld en schaamte kunnen er dan paradoxaal genoeg toe leiden dat het misbruik doorgaat en verergert. 'Schuldgevoelens en geheimhouding zijn een bijkomende stressfactor', zegt Kris Vanhoeck. 'Zeker bij religieuzen, bij wie het conflict tussen hun verheven waarden en hun daden wel heel groot is.'

De commissie-Adriaenssens pleit voor meer deskundig onderzoek en behandeling van seksueel delinquenten binnen de kerk. Volgen Karlijn Demasure gebeurt dat best in een gespecialiseerd centrum binnen de Kerk. 'Omdat de Kerk een blijvende verantwoordelijkheid heeft voor de opvang van daders nadat ze hun straf hebben uitgezeten. Desnoods moet de kerk voor de rest van hun dagen opvang in een religieuze setting regelen. Er zijn genoeg leegstaande abdijen. Maar ook in de therapie is het belangrijk rekening te houden met het religieuze element. De katholieke opvatting van goed en kwaad, van zonde en seksualiteit, of het misbruik van de theologie om daden te verantwoorden: een psycholoog moet daarmee vertrouwd zijn om een pedoseksuele priester te behandelen.'

Maar daar zijn professor Paul Cosyns en verschillende van zijn collega's het niet mee eens. 'Het lijkt me niet aangewezen binnen de Kerk een aparte structuur voor de behandeling van pedoseksuele religieuzen op te zetten', zegt de professor emeritus. 'De priesters vormen een even heterogene groep als alle andere daders, en tegelijk beantwoorden ze aan dezelfde algemene profielen. Ik zie het nut niet van een aparte behandeling.'

Cosyns wijst erop dat er in Vlaanderen al negen centra voor de behandeling van seksueel delinquenten telt, en drie gesloten afdelingen in psychiatrische ziekenhuizen. En hoewel elke diagnose individueel is, verloopt de therapie langs twee sporen: het versterken van zelfcontrole en empathie, en het weer op de sporen krijgen van het eigen leven.

'Dat gaat gepaard met een zeer harde confrontatie met zichzelf en hun eigen mislukkingen', zegt psycholoog Kris Vanhoeck. 'Het gaat meestal om heel ernstige feiten. De daders moeten voor zichzelf uitmaken wat die vertellen over hun persoonlijkheid en het leven dat ze tot nu hebben opgebouwd. Bijna al onze patiënten gaan daarbij door een diepe depressie. Het is een fundamentele vraag, die niet bepaald vrolijk stemt: hoe ben ik ooit zo ver kunnen gaan?'


Any original material on these pages is copyright BishopAccountability.org 2004. Reproduce freely with attribution.